De spaartaks: in strijd met het eigendomsrecht en discriminatieverbod?

Wanneer u als Nederlander meer dan €50.000 spaargeld heeft, wordt er belasting geheven over dit spaargeld. Deze belasting heet de vermogensrendementsheffing. Sinds de invoering op 1 januari 2001 is er al kritiek geweest op deze manier van belasten. Het zou in strijd zijn met het eigendomsrecht en zelfs het discriminatieverbod. In dit stuk leest u meer over de wijze waarop deze belasting wordt geheven, waar de kritiek vandaan komt en wat toekomstige ontwikkelingen mogelijk met zich mee brengen.

Vermogensrendementsheffing: hoe werkt het?

Tot 2001 werden zogeheten vermogenswinsten niet belast in Nederland. Dit zijn winsten die zijn behaald met vermogen; denk hierbij aan rente op je spaarrekening of koerswinsten van beleggingen. Het belasten van deze winsten is een grote uitdaging voor de regering. Doordat het erg moeilijk is om ieders rendement te bepalen, heeft de overheid ervoor gekozen om een systeem in het leven te roepen waarbij gerekend wordt ‘fictief rendement’. Er wordt dus niet gekeken naar je daadwerkelijke winsten.

Om dit fictieve rendement te bepalen gaat de Belastingdienst uit van een mix tussen spaargeld op de bank (met 0,03% rendement) en beleggingen (met 5,69% rendement). Hoe meer geld je hebt, hoe meer in de categorie beleggingen valt. Tot €50.001 rekent de belastingdienst nog met twee derde spaargeld en een derde beleggingen. Maar vanaf €50.001 wordt gerekend met 79% van je vermogen in beleggingen en boven de €950.001 zelfs 100%.

Kritiek op de spaartaks

Het probleem dat hierdoor ontstaat is dat mensen die (nagenoeg) niet beleggen veel meer belasting betalen dan dat ze rente ontvangen op hun spaargeld. Over een spaarbedrag van €100.000 betaal je €294,16 aan belastingen terwijl de rente op de bank op dit moment nagenoeg nihil is. Zolang je je geld niet belegt, blijft je vermogen krimpen terwijl je er niks mee doet. Dit is precies het punt van de spaartaks die wringt met het recht op eigendom.

Ook de mix tussen spaargeld en beleggingen kan rekenen op kritiek. De heffing leidt namelijk tot grote ongelijkheid wanneer iemand met een ton spaargeld net zoveel belasting betaalt als iemand die een ton in aandelen heeft belegd waar hij 10% rendement behaalt. Ongelijke gevallen worden over één kam geschoren wat in strijd is met het discriminatieverbod.

Toekomstige ontwikkelingen

In de tweede Kamer zijn al vaker oproepen gedaan aan de regering om dit beleid te wijzigen. Ook hebben enkele rechters uitspraken gedaan waarin gesteld wordt dat de huidige spaartaks niet deugt. Tot nu toe heeft de overheid zich altijd beroepen op de noodzaak van een uitvoerbare belastingheffing. Het is voor de belastingdienst onmogelijk om voor iedere Nederlander exact zijn belastingbijdrage te bepalen. Door het rekenen met deze ‘ficties’ blijft het uitvoerbaar.

Het huidige demissionaire kabinet heeft aangegeven zelf niet meer te gaan sleutelen aan de vermogensrendementsheffing. Wel adviseren zij het volgende kabinet om hier verder mee aan de slag te gaan. Wellicht zal het aanstaande regeerakkoord ons meer duidelijkheid brengen.

Wilt u meer weten over dit onderwerp of heeft u andere vragen? Neem dan gerust contact met ons op.

(Let op! Naar aanleiding van de Covid-19 pandemie worden er momenteel geen fysieke spreekuren verzorgd. U kunt met al uw vragen terecht bij het e-mailadres: info@rechtswinkelarnhem.nl of kijk voor meer informatie op www.rechtswinkelarnhem.nl).

Door: Jeri