Huurbescherming bij opzegging huurcontract door verhuurder

Een huurder heeft, op enkele uitzonderingen na, recht op huurbescherming. Er geldt een bescherming tegen het opzeggen van de huur door de verhuurder. Dit houdt in dat een verhuurder de huurder niet zomaar op straat kan zetten. Er moet worden voldaan aan een wettelijke opzeggingsgrond en de huurder moet instemmen met de opzegging. Stemt de huurder na opzegging van de verhuurder niet schriftelijk in met beëindiging van de huur, dan moet de verhuurder de huurder voor de rechter dagen en vorderen dat de rechter het tijdstip zal vaststellen waarop de huurovereenkomst zal eindigen. De rechter zal deze vordering alleen toewijzen indien de verhuurder zich kan beroepen op een wettelijke opzeggrond. Niet altijd is eenvoudig aan deze opzeggingsgrond voldaan en hier zit dan ook een vergaande bescherming voor de huurder. Een voorbeeld van een opzeggingsgrond is slecht huurdersgedrag. De huurder heeft bijvoorbeeld een grote huurachterstand, of de huurder zorgt voor veel overlast. Een andere grond is de verhuurder die het pand zelf nodig heeft voor dringend eigen gebruik. Of hieraan is voldaan is dus ter beoordeling aan de rechter.

Deze huurbescherming geldt voor huurders van een zelfstandige woning evenals een onzelfstandige woning en ook huurders van bedrijfsruimtes vallen onder deze bescherming. Zelfs een medehuurder, dat wil zeggen iemand die geen huurcontract is overeengekomen met de verhuurder, kan aanspraak maken op deze bescherming.

Geen huurbescherming

Bovenstaande bescherming hoeft niet altijd het uitganspunt te zijn. Verhuurder en huurder kunnen er ook voor kiezen om de huurovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen. Dit betekent dat huurder en verhuurder er beiden mee instemmen dat het huurcontract wordt beëindigd. Denk aan een situatie dat de huurder toch al op zoek was naar een nieuwe woonruimte. In dit geval is er niet voldaan aan de wettelijke opzeggingsgrond, maar daar gaat de huurder dan mee akkoord.

Wet Doorstroming Huurmarkt

Voorheen was in de praktijk veel kritiek op de te ver doorgeschoten wettelijke bescherming voor de huurder van een woonruimte. De wetgever is hier ook gevoelig voor gebleken. Per 1 juli 2016 is de Wet Doorstroming Huurmarkt van kracht geworden. De wetgever wilde de doorstroming op de huurmarkt bevorderen. Verhuurders werden namelijk afgeschrikt om een huurcontract aan te gaan met een huurder, doordat het moeilijk bleek om een huurovereenkomst te beëindigen. Dit is nu versoepeld.

Indien het gaat om een huurcontract van maximaal twee jaar (voor een zelfstandige woning) of vijf jaar (voor een onzelfstandige woning), eindigt de huur wanneer de bepaalde tijd is verstreken zoals dit in het huurcontract is afgesproken. Er is nog wel een schriftelijke kennisgeving vereist door de verhuurder. Dit wil zeggen dat de huurder middels een mail of brief de huurder laat weten wanneer het huurcontract eindigt. Deze kennisgeving mag niet later dan één maand de huurder bereiken. Dit lijkt misschien in eerste instantie op een opzegging, maar dit is een soort van herinnering aan de huurder. Hierdoor weten beide partijen waar ze aan toe zijn en kan er geen onduidelijkheid ontstaan over de intentie van beide partijen.

De bescherming voor de huurder is door de Wet Doorstroming Huurmarkt wellicht iets ingeperkt, maar dit neemt niet weg dat er altijd nog een vergaande bescherming is.

Wilt u meer weten over dit onderwerp of heeft u andere vragen? Bezoek dan een gratis inloopspreekuur van Rechtswinkel Arnhem of maak een afspraak door te mailen naar info@rechtswinkelarnhem.nl! Tevens verwijzen wij u graag naar onze website, waar u ons team en alle gedetailleerde informatie treft: www.rechtswinkelarnhem.nl. Let op: in verband met de huidige situatie rondom het coronavirus verzorgen wij geen spreekuren. Wel kunt u te allen tijde uw vraag naar ons mailen voor digitaal advies!

Door: Kiki